1. Start
  2. Vermijdende hechtingsstijl
  3. Oorzaken

Oorzaken: hoe vermijdende hechting in de kindertijd ontstaat

Door Elias FreiBijgewerkt op 5 augustus 202611 min leestijd

Niemand wordt als vermijder geboren. De code is geen karakterfout en geen aanleg, maar een tamelijk slimme overlevingsstrategie die een kind moest ontwikkelen om in zijn omgeving emotioneel overeind te blijven. Deze tekst laat zien hoe die ontstaat, waarom twee heel verschillende jeugden naar hetzelfde patroon leiden en wat daaruit volgt voor vandaag.

De oorsprong: signalen die in het niets liepen

Kort gezegd

Vermijdende hechting ontstaat wanneer een kind herhaaldelijk ervaart dat zijn emotionele signalen worden afgewezen of nors beantwoord, juist op momenten dat het troost nodig heeft. Niet per se door kwaadwillende ouders, maar door ouders voor wie de gevoelens van het kind te veel waren. Het kind trekt daaruit een logische conclusie en stopt met tonen.

Mary Ainsworth observeerde dat in de jaren zeventig systematisch. Kinderen die later een vermijdend patroon lieten zien, hadden overwegend hechtingsfiguren die afwijzend reageerden op verzoeken om nabijheid. Een kind is biologisch geprogrammeerd om nabijheid te zoeken. Als dat zoeken steeds weer in het niets loopt, leert het een pijnlijke les: mijn behoeften tonen levert niets op. Het maakt me alleen kwetsbaar.

Wat daarop volgt is een onbewuste beslissing, en ze is opmerkelijk verstandig: ik help mezelf. Ik sluit mijn gevoelens weg, dan storen ze niemand en kunnen ze me niet kwetsen.

Zijn code is een harnas dat hij moest aantrekken om als kind niet emotioneel te bevriezen. De Vermijder-Code, hoofdstuk 3

De subtiele variant: opvoeden tot vroege autonomie

Kort gezegd

Vaak gaat het niet om zichtbare hardheid maar om koele redelijkheid: huilen wordt becommentarieerd in plaats van getroost, angst logisch weerlegd in plaats van gedragen, zelfstandigheid geprezen en behoeftigheid beschaamd. Het kind leert dat de snelste weg naar erkenning bestaat uit geen behoeften hebben.

Deze vorm is juist zo werkzaam omdat ze van buitenaf op goede opvoeding lijkt. Zinnen als „stel je niet aan” of „grote jongens huilen niet” waren decennialang normaal. Ouders konden fysiek aanwezig zijn en toch emotioneel onbereikbaar: verdiept in werk, in eigen zorgen of eenvoudigweg zonder toegang tot empathie.

Vaak zit er zelfs een goedbedoeld ideaal achter: wees sterk, wees zelfstandig, toon geen zwakte. Het kind wordt beloond voor onafhankelijkheid en beschaamd om behoeftigheid. Precies hier wordt de eerste steen gelegd voor de latere hyperautonomie, wat John Bowlby ooit „dwangmatige zelfstandigheid” noemde.

Twee wegen naar vermijding

Kort gezegd

De twee vermijdende types hebben verschillende voorgeschiedenissen. Het afwijzend-vermijdende type komt vaak uit een betrouwbare maar emotioneel koude omgeving, waarin behoeften consequent werden gebagatelliseerd. Het angstig-vermijdende type heeft vaker onvoorspelbaarheid meegemaakt: een hechtingsfiguur die tegelijk troostbron en angstbron was.

Herkomst van de twee vermijdende types
Afwijzend-vermijdendAngstig-vermijdend
Omgevingbetrouwbaar, maar emotioneel koudonvoorspelbaar, deels bedreigend
Omgang met behoeftenconsequent gebagatelliseerdnu eens gehoord, dan weer bestraft
De geleerde regel„Gevoelens zijn ballast.”„Nabijheid is gevaarlijk.”
Innerlijke toestand nulijkt stabiel, vindt nabijheid overbodigverscheurd tussen verlangen en angst
Waartegen jij het opneemtaangeleerde onverschilligheid voor nabijheidechte, oude angst

Bij het angstig-vermijdende type ligt vaak iets zwaarders ten grondslag. Voor dat kind was de mens naar wie het wilde vluchten dezelfde als degene voor wie het moest vluchten. Precies op die bodem groeit de gedesorganiseerde hechting die Mary Main en Judith Solomon in 1990 als vierde patroon beschreven. Traumaonderzoeker Bessel van der Kolk heeft laten zien hoe zulke vroege ervaringen zich lichamelijk inschrijven, niet alleen als herinnering maar als een blijvende instelling van het zenuwstelsel.

Voor jou maakt dat een praktisch verschil. Beide vragen geduld, maar het is een andere strijd. Welk type voor je zit, verduidelijkt het overzicht over de vermijdende hechtingsstijl.

Wat de meetapparatuur laat zien

Kort gezegd

De belangrijkste bevinding over dit patroon komt uit de fysiologie. Vermijdend gehechte kinderen ogen bij scheiding en weerzien opvallend kalm. Meet je hartslag en stresshormonen, dan blijkt het tegendeel: ze staan hoog in alarm. De rust is geen ontspanning maar een prestatie.

Dat is de reden waarom de verklaring „nabijheid interesseert hem gewoon niet” niet standhoudt. De behoefte is er, ze wordt alleen niet meer getoond, omdat tonen vroeger niets opleverde. Diezelfde scheiding tussen uitdrukking en innerlijke opwinding komt later bij volwassenen terug.

Voor de relatie betekent dat: je hebt niet te maken met een mens zonder behoeften, maar met een die geleerd heeft dat zijn behoeften hem in de problemen brengen.

Waarom jouw nabijheid het oude patroon activeert

Kort gezegd

Als je emotioneel dicht bij je partner komt, activeer je onbedoeld precies de oude constellatie. Jouw nabijheid voelt voor hem niet als genezing maar als een poging hem in een positie van afhankelijkheid te brengen die hij zich heeft afgeleerd. Jouw wens tot uitwisseling komt binnen als eis, niet als liefde.

Daarachter zit geen misverstand dat een goed gesprek zou oplossen. Hij heeft nooit geleerd met eigen emoties om te gaan, laat staan met die van een ander. Jouw gevoelens voelen daarom als een opgave waar hij niet tegenop kan.

Dat hij het harnas vandaag nog aan de ontbijttafel draagt, komt door een overtuiging die dieper zit dan welke gedachte ook: dat de wereld hem zal afwijzen als hij het aflegt. Jij ook.

Wat je met deze kennis doet

Kort gezegd

Weten waar het vandaan komt heeft precies één nut: het voorkomt dat je zijn gedrag leest als een oordeel over jou. Het is geen instrument om hem te behandelen, geen excuus voor kwetsend gedrag en geen reden om meer te verdragen. Begrijpen en instemmen zijn twee verschillende dingen.

Drie consequenties zijn praktisch bruikbaar:

  • Stop met de oorzaak in jullie relatie te zoeken. Het patroon liep lang voordat jij kwam, en het loopt met of zonder jou door.
  • Wroet niet in zijn kindertijd. Wie onderzoekt om te genezen neemt een rol op zich die geen van beiden toekomt. Vertelt hij, luister dan. Zo niet, laat het.
  • Trek toch je grenzen. Een zware voorgeschiedenis verklaart gedrag, ze maakt het niet draaglijk. Waar die lijn loopt staat in grenzen stellen zonder jezelf te verliezen.

En als jij jezelf herkent

Kort gezegd

Veel mensen komen op deze tekst terecht op zoek naar iemand anders en vinden zichzelf. Als dat jou is overkomen, heb je het startpunt gevonden, geen oordeel. Wat is aangeleerd kan veranderen; het onderzoek noemt dat verworven veilige hechting. Wat niet helpt, is de kennis omzetten in een aanklacht, niet tegen jezelf en niet tegen je ouders.

Er is op dit punt één concrete valkuil, en die komt vaak voor: uit de kennis ontstaat schaamte, en schaamte veroorzaakt precies het gedrag waarop ze reageert, namelijk terugtrekking. „Ik heb schade aangericht en ik werk eraan” houdt je in de kamer. „Ik ben iemand die mensen kwetst” haalt je eruit.

Wat in plaats daarvan helpt is klein en saai: tien minuten langer blijven dan comfortabel is, afstand aankondigen in plaats van verdwijnen, één keer per week iets waars zeggen over hoe het vandaag met je gaat. De realistische termijn telt in jaren, niet in weken, en toch is de eerste verandering na een paar dagen al merkbaar.

Belangrijk: deze tekst is voorlichting, geen diagnose en geen vervanging van therapie. Hechtingspatronen zijn tendensen, geen hokjes, en geen enkele jeugd verklaart een mens volledig. Als je situatie je ernstig belast, praat dan met een psychotherapeut. In crisis: 113 Zelfmoordpreventie via 0800 0113. Noodgevallen: 112.

Veelgestelde vragen

Zijn vermijdend gehechte mensen automatisch slecht behandeld?

Niet per se. Vaak gaat het niet om mishandeling maar om subtiele emotionele onbereikbaarheid: ouders die er lichamelijk waren maar met gevoelens niets konden. Soms zit er zelfs een goedbedoeld opvoedingsideaal achter, dat van kracht en vroege zelfstandigheid. Voor het kind is de les dezelfde.

Kan vermijdende hechting ook zonder moeilijke jeugd ontstaan?

Zelden als basispatroon, maar vermijding kan later sterker worden. Een erg kwetsende relatie, een verlies of een periode waarin openheid werd afgestraft kan iemand voorzichtiger maken. Het verschil: zulke aangeleerde voorzichtigheid laat zich meestal makkelijker oplossen dan een patroon dat sinds de kindertijd draait.

Zijn de ouders schuldig?

Die vraag leidt zelden ergens heen. Hechtingspatronen ontstaan uit de passing tussen wat een kind nodig heeft en wat er beschikbaar was. Veel ouders geven precies door wat ze zelf nooit hebben gekregen. En voor jou als partner is de schuldvraag sowieso onbruikbaar: ze verandert niets aan wat er vandaag tussen jullie gebeurt.

Waarom reageert mijn partner zo afwijzend op zorg?

Omdat zorg in zijn vroege ervaring verbonden was met afhankelijkheid, en afhankelijkheid met teleurstelling. Jouw aanbod komt niet aan als cadeau maar als uitnodiging om een positie in te nemen die hij zich heeft afgeleerd. Dat is geen afwijzing van jou als persoon maar een reactie op de rol die je hem aanbiedt.

Moet ik de jeugd van mijn partner kennen om hiermee om te gaan?

Nee, en doorvragen is eerder schadelijk. Het volstaat te weten dat er een voorgeschiedenis is, zodat je zijn gedrag niet leest als een uitspraak over jou. Vertelt hij uit zichzelf, luister dan. Zo niet, dan is dat zijn beslissing en geen bouwsteen die jij voor hem in elkaar moet zetten.

En als ik mezelf herken in deze beschrijving?

Dan heb je het startpunt gevonden, geen oordeel. Wat is aangeleerd kan veranderen; het onderzoek noemt dat verworven veilige hechting en het is goed onderbouwd. Wat niet helpt, is de kennis omzetten in een aanklacht tegen jezelf of tegen je ouders. Wat wel helpt, is deze week één ding anders doen.

Verder lezen

Zenuwstelsel

Waarom nabijheid als druk voelt

Waarom „wij” als een dreiging klinkt, wat differentiatie betekent en hoe je nabijheid aanbiedt zonder dat ze als inbreuk aankomt.

Bronnen en verder lezen
  1. Ainsworth, M. D. S., Blehar, M. C., Waters, E. & Wall, S. (1978): Patterns of Attachment: A Psychological Study of the Strange Situation. Hillsdale, NJ: Erlbaum. DOI
  2. Bowlby, J. (1969): Attachment and Loss, Vol. 1: Attachment. Londen: Hogarth Press. Web
  3. Bowlby, J. (1988): A Secure Base: Parent-Child Attachment and Healthy Human Development. New York: Basic Books.
  4. Main, M. & Solomon, J. (1990): Procedures for Identifying Infants as Disorganized/Disoriented during the Ainsworth Strange Situation. Chicago: University of Chicago Press.
  5. Sroufe, L. A. & Waters, E. (1977): Heart Rate as a Convergent Measure in Clinical and Developmental Research. Merrill-Palmer Quarterly, 23(1), 3–27. DOI
  6. van der Kolk, B. (2014): The Body Keeps the Score. New York: Viking. Web
  7. Mikulincer, M. & Shaver, P. R. (2016): Attachment in Adulthood: Structure, Dynamics, and Change. 2e druk. New York: Guilford Press. Web